|
INLEIDING
Deze brochure is bestemd voor vrouwen die overwegen hun baarmoeder
te laten verwijderen in verband met een goedaardige afwijking. Bij
een goedaardige afwijking zijn bijna altijd verschillende behandelingen
mogelijk. Verwijderen van de baarmoeder is hierbij een van de mogelijkheden,
maar het is meestal niet de eerste keus en ook niet altijd de beste.
Dit is een belangrijk verschil met kwaadaardige afwijkingen waarbij
er over het algemeen weinig te kiezen valt.
De medische term voor het verwijderen van de baarmoeder is uterusextirpatie
of hysterectomie. De beslissing om deze ingreep te laten uitvoeren
verdient een zorgvuldige afweging. Deze brochure is bedoeld om u
daarbij te helpen.
naar boven
BOUW EN FUNCTIE
VAN DE BAARMOEDER EN DE EIERSTOKKEN
Een normale baarmoeder heeft de vorm van een peer en is ongeveer
8 cm lang. De baarmoeder is een orgaan met een sterke spierwand;
de binnenzijde is bekleed met slijmvlies. Het onderste deel mondt
in de schede uit en wordt baarmoedermond of baarmoederhals genoemd.
Aan de bovenkant monden de twee eileiders in de baarmoeder uit. Dit
zijn dunne buisjes die beginnen bij de eierstokken. Normale eierstokken
zijn zo groot als een walnoot, ongeveer 3 à 4 cm. Baarmoeder,
eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar worden
door bindweefselbanden onder in het bekken vastgehouden.
naar boven
DE FUNCTIE VAN BAARMOEDER,
EIERSTOKKEN EN EILEIDERS
Elke cyclus komt er in de eierstokken een eicel tot rijping. Daarnaast
maken de eierstokken geslachtshormonen. Deze hormonen zorgen ervoor
dat elke maand opnieuw slijmvlies in de baarmoeder wordt opgebouwd.
Het bloedverlies dat met de maandelijkse afstoting van dit slijmvlies
gepaard gaat, is de menstruatie. De tijd die verloopt tussen het
begin van twee menstruaties wordt de menstruatiecyclus genoemd.
De periode waarin de eierstokken geslachtshormonen produceren, ligt
zo ongeveer tussen het 12e en het 52e levensjaar. Deze hormonen (oestrogenen
en progesteron) hebben veel functies. Zij hebben onder andere invloed
op het slijmvlies van de baarmoeder, dragen bij tot het zin hebben
in vrijen en houden de schede stevig en soepel. De taak van de eileiders
is het vervoer van eicellen en zaadcellen. De baarmoeder is noodzakelijk
om te menstrueren en zwangerschappen te dragen. Daarnaast kan de
baarmoeder bijdragen aan het optreden van erotische gevoelens bij
opwinding en een orgasme.
naar boven
REDENEN
VOOR VERWIJDERING VAN DE BAARMOEDER
Verschillende klachten en aandoeningen kunnen een reden zijn voor
het verwijderen van de baarmoeder: we bespreken menstruatieklachten,
pijn in de onderbuik, endometriose, adenomyose, vleesbomen en een
verzakking.
Menstruatieklachten
Hevige, langdurige en onregelmatige menstruaties en/of bloedverlies
tussen de menstruaties door kunnen aanleiding zijn om te overwegen
de baarmoeder te laten verwijderen. Veel voorkomende oorzaken van
deze klachten zijn een vleesboom en slijmvliesafwijkingen als endometriose
en adenomyose (deze aandoeningen worden hieronder besproken). Er
kan echter ook een andere oorzaak zijn voor het afwijkende menstruatiepatroon.
Zo is tijdens de overgang het onregelmatig worden van de menstruatie
een natuurlijk verschijnsel. Overmatig bloedverlies kan soms behandeld
worden met hormonen of op een andere manier. Zo kan bijvoorbeeld
operatieve verwijdering plaatsvinden van het slijmvlies dat de baarmoederholte
bekleedt. Pas als met deze behandelingen onvoldoende resultaat wordt
verkregen of indien deze therapieën niet in aanmerking komen,
kan een operatie worden overwogen.
Pijn in de onderbuik
Hierbij kan het gaan om pijn in de onderbuik die min of meer constant
aanwezig is, pijn die vooral rond de menstruatie optreedt en pijn
bij geslachtsgemeenschap. Deze problemen kunnen afzonderlijk, maar
ook in combinatie voorkomen. Pijn in de onderbuik wordt slechts zelden
veroorzaakt door een afwijking van de baarmoeder. Dikwijls is er
een andere verklaring en niet zelden blijkt de buikpijn samen te
hangen met spanningen. Deze spanningen kunnen ontstaan door problemen
met de omgeving, in de relatie of op het werk, maar ze kunnen ook
het gevolg zijn van onplezierige seksuele ervaringen. Soms blijkt
seksueel misbruik of mishandeling in de jeugd de oorzaak van dergelijke
spanningen. De buik is gevoelig voor emoties (denk maar aan verliefdheid
of grote angst) en ook bij (onbewuste) spanningen kan dus buikpijn
ontstaan.
Als in deze gevallen de baarmoeder wordt verwijderd, blijkt dat
de pijnklachten direct na de operatie meestal wel verminderen, maar
binnen een paar maanden weer terugkeren. Dit is begrijpelijk omdat
de baarmoeder immers niet de oorzaak van de buikpijn was en aan de
achterliggende problemen niets is veranderd. Het is dus lang niet
altijd zo dat het verwijderen van de baarmoeder ook de buikpijn tot
verdwijnen zal brengen. Bij alle vormen van pijn in de onderbuik
is het daarom belangrijk om zorgvuldig na te gaan of een baarmoederverwijdering
wel de beste oplossing is.
Endometriose
Endometriose is een afwijking waarbij het slijmvlies dat de binnenkant
van de baarmoeder bekleedt, zich ook buiten de baarmoeder, bijvoorbeeld
in de buikholte, bevindt. Bij de menstruatie ontstaan op die plaatsen
in de buikholte ook bloedinkjes. De menstruaties kunnen daardoor
abnormaal pijnlijk zijn. Endometriose zal alleen behandeld worden
als er klachten zijn. Altijd zal eerst geprobeerd worden de klachten
met medicijnen te behandelen. Het zal bij endometriose zelden nodig
zijn de baarmoeder te verwijderen.
Adenomyose
Bij adenomyose is het baarmoederslijmvlies dieper dan normaal binnengedrongen
in de wand van de baarmoeder. Deze aandoening komt het meest voor
bij vrouwen boven de veertig. Adenomyose kan overmatig bloedverlies
en pijn bij de menstruatie veroorzaken. De diagnose is moeilijk te
stellen. De baarmoeder kan wat vergroot en pijnlijk zijn als er druk
op uitgeoefend wordt. Adenomyose wordt in eerste instantie met hormonen
behandeld. Als deze therapie niet in aanmerking komt of werkt, kan
overwogen worden de baarmoeder te verwijderen.
Vleesbomen
Goedaardige gezwellen in de wand van de baarmoeder worden vleesbomen
(myomen) genoemd. Het zijn goedaardige spierknobbels die sterk in
grootte kunnen variëren. Soms hebben ze een doorsnede van 1
mm, soms meer dan 10 cm. Ook in aantal kunnen ze sterk wisselen.
Meestal geeft een vleesboom geen klachten, maar in sommige gevallen
kan overmatig bloedverlies of pijn bij de menstruatie optreden, en
soms ook buikpijn. In zeldzame gevallen treedt onvruchtbaarheid op.
Een vleesboom groeit onder invloed van oestrogenen en wordt na de
overgang kleiner; de eierstokken maken dan namelijk minder oestrogenen.
De behandeling van een vleesboom hangt van veel factoren af. Als
er geen klachten zijn, is een behandeling niet nodig.
Vleesbomen kunnen niet met medicijnen tot verdwijnen worden gebracht.
Wel bestaat de mogelijkheid de groei te remmen of de vleesboom kleiner
te laten worden. Deze behandeling heeft echter geen blijvend effect
en komt alleen als tijdelijke maatregel in aanmerking. Indien de
vleesboom abnormaal bloedverlies veroorzaakt, kan eerst een behandeling
met medicijnen geprobeerd worden. Wanneer dit geen effect heeft,
wordt een operatie overwogen. Soms is het dan mogelijk alleen de
vleesboom weg te halen en de baarmoeder te behouden. Dit kan vooral
een oplossing zijn voor jonge vrouwen die wellicht nog graag zwanger
willen worden.
Verzakking
De blaas, de baarmoeder en de endeldarm zakken normaal gesproken
niet naar buiten omdat ze met een aantal banden op hun plaats worden
gehouden. Bovendien rusten deze organen op de spieren van de bekkenbodem.
Als de banden en spieren echter niet sterk genoeg zijn, kunnen ze
in meer of mindere mate naar buiten komen. Dit wordt een verzakking
genoemd. Het kan gaan om één orgaan, bijvoorbeeld de
blaas, maar het komt ook voor dat meerdere organen tegelijkertijd
verzakt zijn. De meest voorkomende klachten bij een verzakking zijn
een zeurend gevoel in de onderbuik en rug, een drukkend gevoel in
de schede en het gevoel dat er iets naar buiten komt. Afhankelijk
van de aard van de verzakking kunnen blaasklachten ontstaan (ongewild
urineverlies) of problemen met de ontlasting. Door een verzakking
kan het moeite kosten te fietsen, te zitten of te vrijen.
Een verzakking hoeft alleen behandeld te worden als er klachten
zijn. Als behandeling van verzakkingsklachten komen fysiotherapie
(bekkenbodem-oefeningen), het dragen van een steunende ring of een
operatie in aanmerking. Als de baarmoeder naar buiten is gezakt,
is het meestal noodzakelijk deze te verwijderen. Er bestaan echter
ingrepen waarmee de verzakking wordt verholpen en de baarmoeder behouden
kan blijven. Niet alle gynaecologen kunnen een dergelijke operatie
doen en anderen vinden dat zo'n ingreep te veel kans op complicaties
met zich meebrengt. Bij een verzakking is de behandeling afhankelijk
van vele factoren. Het gaat hierbij om maatwerk omdat iedere vrouw
weer anders is.
naar boven
OPERATIETECHNIEKEN
De baarmoeder kan via de buikwand (abdominaal) of via de schede
(vaginaal) worden verwijderd. Bij beide technieken wordt de baarmoeder
losgemaakt van de omringende structuren (bindweefsel, bloedvaten,
eileiders en eierstokken). Welke methode in aanmerking komt, is afhankelijk
van vele factoren.
naar boven
SPAREN
VAN DE BAARMOEDERHALS
Zijn er aan de baarmoederhals geen afwijkingen, dan kan worden overwogen
deze niet te verwijderen. In dat geval vindt de operatie via de buikwand
plaats.
Voor- en nadelen van het sparen van de baarmoederhals:
Voordelen:
- de operatie is over het algemeen eenvoudiger
- er is minder kans op complicaties
- de schede en de baarmoedermond blijven onaangetast; sommige vrouwen
hebben het gevoel dat de beleving van seksualiteit minder verandert
Nadelen:
- er kan soms nog een klein beetje menstrueel bloedverlies (streepje)
optreden
- het uitstrijkje in het kader van het bevolkingsonderzoek blijft
nodig
- de operatie moet via de buikwand worden uitgevoerd
naar boven
VERWIJDERING
VIA DE SCHEDE
Als de baarmoeder via de schede (vagina) verwijderd wordt, ontstaat
er alleen een litteken boven in de schede. Deze operatietechniek
kan worden toegepast als de baarmoeder niet al te groot is en vanzelf
al een beetje de neiging heeft naar beneden te zakken. Bij deze ingreep
is het niet mogelijk de baarmoedermond te behouden.
naar boven
VERWIJDERING
VIA DE BUIKWAND
Als verwijdering via de schede niet mogelijk is of als u daar niets
voor voelt, kan de operatie via de buikwand worden uitgevoerd. Bij
deze techniek is het mogelijk de baarmoederhals te behouden. Tijdens
de operatie wordt in de buikwand een snede van 10-15 cm gemaakt die
zowel horizontaal (de bikinisnede) als verticaal (van de navel naar
beneden) kan lopen. Meestal zal de snede horizontaal worden uitgevoerd,
maar u kunt altijd vooraf met uw gynaecoloog bespreken welke techniek
uw voorkeur heeft. Als het maar enigszins mogelijk is zal er rekening
mee worden gehouden. Soms is echter - in verband met de grootte van
de baarmoeder - slechts één soort snede mogelijk.
Voor- en nadelen van de horizontale (bikini)snede:
Voordelen:
- veel vrouwen vinden het resultaat mooier
Nadelen:
- de huid rond het litteken van de bikinisnede kan gedurende langere
tijd ongevoelig of juist overgevoelig blijven; dit komt omdat er
bij de bikinisnede huidzenuwen worden doorgesneden
- sommige vrouwen beschouwen het als een nadeel dat er bij de bikinisnede
meer bloedvaten en 'lichaamsmeridianen' worden doorgesneden; volgens
sommige acupuncturisten zou dit nadelig kunnen zijn bij behandelingen;
meestal treedt na een jaar herstel op
naar boven
LAPAROSCOPISCHE
VERWIJDERING
Als de baarmoeder niet te groot is, maar te weinig verzakt is om
via de schede verwijderd te kunnen worden, kan een ingreep worden
toegepast die 'laparoscopisch (geassisteerde) baarmoederverwijdering'
wordt genoemd. Bij deze techniek worden meestal drie of vier kleine
openingen in de buikwand gemaakt. Door een van de openingen wordt
een kijkbuis (laparoscoop) ingebracht en door de andere twee openingen
worden instrumenten ingebracht waarmee de baarmoeder wordt losgemaakt;
de verwijdering gebeurt via de schede of soms via de insteekopeningen.
Bij deze techniek kan de baarmoederhals eventueel behouden blijven.
Deze operatie is tot nu toe niet vaak uitgevoerd, omdat de ingreep
technisch lastig is en voor- en nadelen nog onvoldoende bekend zijn.
naar boven
VOOR- EN NADELEN
VAN DE VERSCHILLENDE OPERATIETECHNIEKEN
Een operatie via de schede heeft als voordeel dat er geen uitwendig
litteken te zien is. Daarnaast verloopt het herstel na de operatie
vaak wat sneller dan bij een operatie via de buikwand. Bij een operatie
via de schede is het niet mogelijk de baarmoederhals te behouden.
Een operatie via de buikwand is relatief eenvoudig en als de baarmoederhals
wordt gespaard, blijft de schede onaangetast. Wel is er op de buik
een litteken te zien. De laparoscopische verwijdering van de baarmoeder
is een nieuwe techniek die niet in alle ziekenhuizen wordt toegepast.
Er bestaat een kleine kans dat tijdens de ingreep alsnog moet worden
overgegaan op een operatie via de buikwand. Over het algemeen lijkt
het herstel na deze operatie vlotter te verlopen dan na een operatie
via de buikwand.
naar boven
VERWIJDEREN
VAN DE EIERSTOKKEN
Baarmoeder en eierstokken liggen dicht bij elkaar, maar het zijn
heel verschillende organen met verschillende functies. Er is geen
enkele reden om bij verwijdering van de baarmoeder als routine de
eierstokken 'mee te nemen', zeker niet wanneer u nog niet in de overgang
bent. Het verwijderen van de eierstokken betekent immers dat u direct
in de overgang komt. Ook na de overgang maken de eierstokken nog
hormonen, die onder andere bijdragen aan het zin hebben in vrijen.
Soms bestaan er echter afwijkingen aan een of beide eierstokken
die het wenselijk maken ze bij de baarmoederoperatie mee te verwijderen.
Bij één afwijkende eierstok zal alleen deze eierstok
weggehaald worden. Het verwijderen van één eierstok
heeft geen gevolgen. De overgebleven eierstok maakt voldoende hormonen,
zodat u niet voortijdig in de overgang komt. Als beide eierstokken
afwijkingen vertonen, wordt geprobeerd minstens een deel van één
eierstok te behouden om een voortijdige overgang te voorkomen. Er
moet dus een goede reden voor zijn om beide eierstokken te verwijderen.
Het kan bijvoorbeeld zijn dat in uw familie kanker van de eierstokken
voorkomt. Als dat het geval is, bespreek dit dan voor de operatie
met uw gynaecoloog.
Het al dan niet verwijderen van de eierstokken wordt vooraf met
u besproken. Wanneer u ervoor kiest de eierstokken niet te laten
verwijderen, kan het soms zijn dat de gynaecoloog tijdens de operatie
een afwijking ontdekt die het alsnog noodzakelijk maakt een eierstok
te verwijderen. Ook over die mogelijkheid moet vooraf met u zijn
gesproken. U mag ervan uitgaan dat uw gynaecoloog zich aan de afspraken
houdt, tenzij er sprake is van overmacht. Eierstokken kunnen tijdens
een baarmoederoperatie zowel via de schede als via de buikwand worden
verwijderd.
naar boven
MOGELIJKE
GEVOLGEN VAN DE OPERATIE
In dit hoofdstuk worden een aantal mogelijke gevolgen en complicaties
van operaties in het algemeen besproken. Ook wordt informatie gegeven
over de specifieke gevolgen van een baarmoederverwijdering. Het gaat
om mogelijke gevolgen; de meeste operaties verlopen zonder complicaties.
Gevolgen van een operatie in het algemeen:
- Een operatie gaat altijd gepaard met bloedverlies. Soms is een
bloedtransfusie nodig. Daarnaast kunnen bij elke operatie, hoe
klein ook, complicaties of neveneffecten optreden
- De algehele of plaatselijke verdoving (anesthesie) brengt risico's
met zich mee, maar als u verder gezond bent, zijn deze klein
- Bij de operatie wordt doorgaans een katheter in de blaas gebracht
die enige tijd blijft zitten. Daardoor kan een blaasontsteking
ontstaan. Deze infectie is lastig en kan pijnlijk zijn, maar is
goed te behandelen
- Er kan in de buikwand of in de top van de schede een nabloeding
optreden. Een bloeduitstorting kan het lichaam meestal zelf verwerken,
maar dit vraagt een langere periode van herstel. Bij een ernstige
nabloeding is soms een tweede operatie nodig
- Bij het opereren zelf kunnen complicaties optreden. De urinewegen
of darmen kunnen beschadigd worden. Dit is goed te behandelen,
maar het vraagt extra zorg en het herstel zal langer duren
- Bij elke operatie is er een risico op het ontstaan van een infectie
of trombose
- Bij een operatie via de buikwand kan het litteken op de buik
lang gevoelig blijven
- Een litteken in de buikwand kan gaan intrekken, zodat de buikwand
wat kan gaan overhangen
- Bij elke operatie in de buik bestaat kans op het ontstaan van
verklevingen. Anders dan men meestal denkt, veroorzaken verklevingen
maar zelden klachten
- Sommige patiënten hebben na de operatie last van duizeligheid,
slapeloosheid, moeheid, concentratiestoornissen, buik- en/of rugpijn.
Deze klachten zijn niet ernstig te noemen, maar kunnen vervelend
zijn. Als het verloop van het herstel na de operatie anders is of
langer duurt dan verwacht, is het verstandig dit met uw huisarts
of gynaecoloog te bespreken.
naar boven
GEVOLGEN
VAN EEN BAARMOEDERVERWIJDERING
Geen menstruatie, geen zwangerschap
Na het verwijderen van de baarmoeder kunt u geen kinderen meer krijgen.
Ook zult u niet meer menstrueren. Als de baarmoederhals niet is verwijderd,
is het mogelijk dat u elke maand nog een kleine hoeveelheid bloed verliest.
Bespreek dit voor de operatie met uw gynaecoloog indien u dit bezwaarlijk
vindt.
Plasproblemen
Na verwijdering van de baarmoeder komen soms plasproblemen voor: u kunt
moeite hebben met het ophouden van urine of niet meer spontaan plassen.
Deze klachten zijn meestal van voorbijgaande aard. Plasproblemen kunnen
ontstaan doordat tijdens de operatie de blaas gedeeltelijk wordt losgemaakt.
Als u vóór de operatie al problemen hebt met het ophouden
van de urine, is het van belang dit voor de operatie met uw gynaecoloog
te bespreken.
Overgangsklachten
Theoretisch komt een vrouw niet eerder in de overgang door verwijdering
van de baarmoeder. Toch hebben sommige vrouwen na de operatie overgangsklachten
zoals opvliegers. Dit komt doordat de bloedvoorziening naar de eierstokken
als gevolg van de operatie verandert en de bloedvaten zich moeten aanpassen
aan de nieuwe situatie. Opvliegers zullen dan ook na verloop van tijd
weer verdwijnen. Enkele vrouwen lijken na verwijdering van de baarmoeder
vroeger dan normaal in de overgang te komen. Het is de vraag of dit
het gevolg is van de operatie. Misschien zou de overgang ook zonder
operatie bij hen eerder zijn ingetreden. Het is niet helemaal duidelijk
wat de oorzaak is.
Veranderde beleving van de seksualiteit
Op welke wijze de beleving van de seksualiteit na verwijdering van de
baarmoeder verandert, verschilt van vrouw tot vrouw en is daarnaast
afhankelijk van de toegepaste operatietechniek. Bij bijna iedereen
verandert er wel iets. Er kunnen positieve effecten zijn: vermindering
van pijn bij het vrijen, of niet meer veelvuldig vloeien. Soms zijn
er ook veranderingen in negatieve zin, zoals minder zin hebben in vrijen,
verminderde gevoeligheid van (de omgeving van) de schede, en/of veranderingen
in het orgasme. Bij sommige vrouwen verandert het orgasme niet, andere
vrouwen merken een duidelijke verandering: het duurt langer voor het
zover is, het orgasme is korter en minder intens, of komt helemaal
niet. Er zijn ook vrouwen die de samentrekkingen van de baarmoeder
missen. Het stoten van de penis tegen de baarmoedermond, dat sommige
vrouwen opwindend vinden, missen zij als ook de baarmoederhals verwijderd
is. Vrouwen die voorheen al problemen hadden met seksualiteit, kunnen
er na de operatie nog meer moeite mee hebben.
Je minder vrouwelijk voelen
Het kan zijn dat u zich na een baarmoederverwijdering minder vrouw voelt,
omdat u geen kinderen meer kunt krijgen en niet meer menstrueert. Het
is belangrijk deze gevoelens serieus te nemen. Het laten verwijderen
van de baarmoeder kan een rouwproces met zich meebrengen. Erover praten
kan opluchten en helpen.
Depressiviteit
Klachten over depressiviteit komen met name voor als u zelf weinig inbreng
hebt gehad in de besluitvorming rond de operatie. Daarom is het belangrijk
dat u zich realiseert dat ú degene bent die beslist over al dan
niet opereren, zeker in het geval van goedaardige afwijkingen. Depressiviteit
kan ook ontstaan doordat traumatische ervaringen zoals incest of mishandeling
weer in de herinnering komen. De operatie zelf is dan niet zozeer de
oorzaak van de depressieve klachten, maar vormt een aanleiding. Als er
bij u iets dergelijks speelt, is het belangrijk dit al vóór
de operatie met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.
naar boven
DE BESLISSING
Het allerbelangrijkste is dat u zich pas laat opereren als u daar
echt aan toe bent. Dat betekent dat er sprake moet zijn van ernstige
klachten die op geen enkele andere wijze te behandelen zijn. Meestal
vallen de gevolgen van een baarmoederverwijdering mee, zeker als
er een goede reden was voor de operatie. De operatie kan dan als
een opluchting ervaren worden.
Bij de beslissing dient u de volgende punten te
overwegen:
De ernst van de klachten
U zult een afweging moeten maken tussen het verder leven (leren omgaan)
met de klachten of het laten verwijderen van de baarmoeder.
De kans dat de klachten zullen verminderen
of verdwijnen
In sommige gevallen is het duidelijk dat door het verwijderen van de
baarmoeder de klachten zullen verdwijnen. Als u veel bloed verliest bij
de menstruatie zal dit door de operatie worden verholpen. Soms is het
effect van de ingreep veel minder zeker, zoals bij buikpijn. Bespreek
de kans op succes met uw huisarts of gynaecoloog.
De mogelijkheid om op andere wijze iets aan
de klachten te doen
Meestal is een operatie niet de enige oplossing. Het is verstandig eerst
een aantal andere behandelingen te proberen. Pas als deze niet in aanmerking
komen of onvoldoende resultaat hebben, kunt u aan een operatie denken.
Bespreek de mogelijkheden met uw huisarts of gynaecoloog.
De mogelijkheid dat complicaties ontstaan
Bij elke ingreep kunnen complicaties ontstaan. Ze komen weinig voor en
vallen meestal mee, maar sommige hebben blijvende gevolgen. Overweeg
of u vindt dat uw klachten tegen dit risico opwegen.
De emotionele gevolgen
Het verwijderen van de baarmoeder kan niet meer ongedaan worden gemaakt.
Denk er goed over na wat de baarmoeder voor u betekent (bijvoorbeeld
of u nog kinderen wilt krijgen) en of u er echt van overtuigd bent
dat het verwijderen van de baarmoeder de enig overgebleven mogelijkheid
is.
Bij een goedaardige aandoening van de baarmoeder kunt u ruim de
tijd nemen om na te denken en tot een beslissing te komen. U kunt
er behalve met uw huisarts en gynaecoloog ook met anderen over spreken.
Ook kunt u contact opnemen met de Stichting Voorlichting Zelfhulp
Gynaecologie. Daar kunt u altijd uw verhaal of uw vragen kwijt. De
Stichting VZG kan u eventueel in contact brengen met een vrouw die
deze operatie al gehad heeft. Noteer alle vragen en onzekerheden
en bespreek ze met uw gynaecoloog. Neem bij het bezoek aan de gynaecoloog,
als het even kan, uw partner of iemand anders mee die met u mee kan
luisteren en met wie u kunt napraten. Mocht u het gevoel hebben dat
uw vragen onvoldoende of onbevredigend beantwoord zijn, neem dan
nogmaals contact op met de gynaecoloog.
Als u er dan nog niet uitkomt, kunt u de mening van een andere gynaecoloog
(een second opinion) vragen. Misschien hebt u het gevoel dat u uw
eigen gynaecoloog hiermee passeert. Het is echter heel gewoon om
bij een moeilijke keuze een tweede mening te vragen. Uw gynaecoloog
moet daar begrip voor hebben. Als u met uw eigen gynaecoloog hierover
spreekt, benadruk dan dat het geen kwestie is van wantrouwen, maar
dat het voor u een geruststellende gedachte is dat twee artsen -
onafhankelijk van elkaar - een advies geven over uw situatie.
Voordat u de definitieve beslissing neemt om u te laten opereren,
is het verstandig voor uzelf na te gaan of de volgende vragen beantwoord
zijn:
- Wat is de reden voor de operatie?
- Zijn er andere, misschien betere mogelijkheden voor behandeling?
- Hoe groot is de kans dat de operatie mij ook werkelijk van mijn
klachten afhelpt?
- Kan ik de voor- en nadelen van de operatie goed overzien en tegen
elkaar afwegen?
- Hoe vindt de operatie plaats: via de schede of via de buikwand?
- Worden de eierstokken verwijderd en is dit absoluut noodzakelijk?
- Wordt de baarmoederhals verwijderd?
- Zo ja: is dit noodzakelijk?
- Zo nee: heb ik bezwaar tegen een kleine kans op minimaal
bloedverlies per maand?
- Vind ik de risico's aanvaardbaar?
- Ben ik goed op de hoogte van gevolgen op korte en langere termijn?
- Heb ik voldoende informatie en tijd gehad om tot een weloverwogen
beslissing te komen?
naar boven
ALS U BESLOTEN
HEBT TOT EEN OPERATIE
Als u tot een operatie hebt besloten, zal de gynaecoloog voor de
operatie het volgende met u bespreken:
- de manier waarop de operatie zal worden uitgevoerd (via de schede
of de buikwand)
- indien de operatie via de buikwand zal worden verricht: hoe de
snede zal lopen (horizontaal of verticaal)
- wat er precies bij de operatie wordt weggehaald (ook de baarmoederhals
en/of de eierstokken)
- wat de mogelijke gevolgen van de operatie zijn
De gang van zaken rondom de opname verschilt per ziekenhuis. Hier
volgt een globale beschrijving van wat u kunt verwachten. Meestal
vindt eerst poliklinisch onderzoek plaats: bloedonderzoek, soms een
longfoto, een hartfilmpje (ECG) en een algemeen lichamelijk onderzoek.
Soms hebt u ook al op de polikliniek een gesprek met de arts die
de narcose verzorgt.
naar boven
VOORBEREIDINGEN
VOOR OPNAME
Voordat u wordt opgenomen, is het aan te raden een en ander te regelen
voor de periode na de operatie. U moet er rekening mee houden dat
u tot weinig in staat bent als u thuiskomt; u wordt bij wijze van
spreken al moe van koffiezetten. De eerste tijd thuis hebt u zeker
enige hulp nodig. Misschien kan uw partner een tijdje vrij nemen
of kunnen vriendinnen of familieleden taken overnemen. Gezinshulp
is ook een mogelijkheid. U kunt dit al voor de operatie met uw huisarts
bespreken. Als u buitenshuis werkt, moet u rekening houden met een
afwezigheid van ten minste zes weken.
naar boven
DE OPNAME
EN HET VERBLIJF IN HET ZIEKENHUIS
Voorbereidende gesprekken
Een dag van tevoren, soms op de dag van de operatie zelf, gaat u
naar het ziekenhuis. Een verpleegkundige ontvangt u en meestal hebt
u nog een kort gesprek met de gynaecoloog of de zaalarts van de afdeling.
Zo nodig vindt nog een inwendig onderzoek plaats. Indien dit nog
niet op de polikliniek is gebeurd, komt de anesthesioloog bij u langs
om de vorm van verdoven te bespreken. U kunt een (slaap-)middel vragen
om de nacht voor de operatie goed te slapen. Als u nog vragen hebt
is het belangrijk die nu te bespreken!
Overige voorbereidingen
- Voor de operatie wordt begonnen met medicijnen om trombose tegen
te gaan
- Bij een operatie via de buik wordt het schaamhaar of een deel
ervan afgeschoren
- Soms worden uw darmen schoongemaakt door middel van een klysma.
Op de dag van de operatie mag u niet eten, drinken en roken.
naar boven
DE OPERATIE
Vlak voor de operatie krijgt u een medicijn waar u slaperig van
wordt. Dikwijls krijgt u hier een droge mond van. Als het tijd is,
wordt u in operatiekleding naar de operatiekamer gereden. Over het
algemeen mag u geen make-up op hebben en moeten kunstgebit, lenzen,
sieraden en brillen op de afdeling blijven. Voordat de operatie begint,
krijgt u de verdoving, zoals met de anesthesioloog is afgesproken.
De operatie duurt ongeveer een uur.
U wordt wakker in een uitslaapkamer. Via een infuus krijgt u vocht
toegediend. Vaak hebt u een slangetje (katheter) in de blaas. Plassen
gaat via deze katheter, die, afhankelijk van de operatietechniek,
een of enkele dagen blijft zitten. Soms is er een gaastampon in de
schede gebracht om bloed op te vangen.
Als u goed wakker bent, gaat u weer terug naar de afdeling. De zorg
is in het begin intensief. Bloeddruk, polsslag en wond worden regelmatig
gecontroleerd. Tegen de pijn krijgt u medicijnen. U kunt daar ook
altijd om vragen.
naar boven
WAT KUNT U
VERWACHTEN NA DE OPERATIE?
Het is heel gewoon dat u de eerste dagen na de operatie buikpijn
hebt. Er is immers een verse operatiewond, ook als u via de schede
bent geopereerd. Door de verdoving hebben uw darmen stilgelegen.
Na de operatie komen deze langzaam weer op gang. Daarom mag u de
eerste dag alleen drinken. Via vloeibaar en licht verteerbaar voedsel
gaat u de volgende dagen weer normaal eten. Winden laten is een positief
teken: de darmen gaan weer werken.
De dag van de operatie blijft u nog in bed, de volgende dag kunt
u er al voorzichtig uit. Ook als de baarmoeder via de schede of laparoscopisch
verwijderd is, zal de buik de eerste dagen pijnlijk zijn. Langzamerhand
wordt de pijn minder. Als u moet hoesten, niezen of lachen kunt u
de buik het beste met de handen steunen, dat voorkomt pijn. Na een
dag wordt een eventuele gaastampon verwijderd. Schrik niet van de
lengte: soms is het gaas een paar meter lang. Het infuus blijft een
dag of twee zitten en wordt verwijderd als de misselijkheid voorbij
is. Hoe lang de katheter blijft zitten, is afhankelijk van de toegepaste
operatietechniek. De eerste tijd na de operatie kan bloederige afscheiding
optreden. Vlak na de operatie kan het zitten pijnlijk zijn.
U zult de gynaecoloog of de assistent waarschijnlijk dagelijks zien.
Hebt u nog vragen, aarzel dan niet deze te stellen. Hoe lang u in
het ziekenhuis moet blijven, hangt af van de zwaarte van de operatie
en van het tempo waarin u herstelt. Ook is van belang in hoeverre
u hulp thuis hebt. Doorgaans blijft u na de operatie een (kleine)
week in het ziekenhuis. U wordt gewoonlijk na zes weken op de polikliniek
terugverwacht voor controle.
Herstel na de operatie
De duur van het uiteindelijke herstel is bij elke vrouw verschillend.
Sommigen zijn na zes weken hersteld, bij anderen vergt het een half jaar
of nog langer voordat zij zich weer de oude voelen.
Moeheid
In het ziekenhuis hebt u misschien het gevoel dat u tot heel wat in staat
bent, maar eenmaal thuis valt dat vaak tegen. U bent sneller moe en
kunt minder aan dan u dacht. Het beste kunt u toegeven aan de moeheid
en extra rusten. Te hard van stapel lopen heeft vaak een averechts
effect. Uw lichaam geeft aan wat u wel en niet aankunt en het is belangrijk
dat u daarnaar luistert.
Afscheiding
De eerste weken kunt u nog wat bloed of bruinige afscheiding hebben.
Als dit duidelijk meer is dan bij een normale menstruatie, moet u contact
opnemen met uw arts. Douchen mag gerust, ook met een buiklitteken.
Bespreek met uw gynaecoloog of u een bad kunt nemen; de meningen hierover
zijn verdeeld.
Niet zwaar tillen
De eerste zes weken na de operatie mag u niet zwaar tillen: sjouwen met
zware boodschappentassen of vuilniszakken buiten zetten e.d. Lichtere
werkzaamheden zoals koken of afwassen kunt u geleidelijk weer gaan
doen. Dat geldt ook voor activiteiten als fietsen en sporten. Stop
als u moe wordt.
Niet te snel aan het werk
Vrouwen die buitenshuis werken krijgen over het algemeen het advies minstens
zes weken niet te werken. Als u zich zes weken na de operatie nog niet
fit voelt, overleg dan met uw gynaecoloog, huisarts en/of bedrijfsarts.
Soms kan het verstandig zijn nog wat langer thuis te blijven om aan
te sterken of om de eerste weken alleen 's middags te werken.
Seksualiteit
Als bij de operatie de baarmoederhals verwijderd is, is er in de top
van de schede een litteken. Het is voor de genezing beter als er dan
niets in de schede komt. Daarom zult u meestal het advies krijgen om
de eerste zes weken na de operatie geen seksuele gemeenschap (samenleving)
te hebben of tampons te gebruiken. Er kan echter geen kwaad om al eerder
seksueel opgewonden te raken of te masturberen. De eerste tijd na de
operatie hebben vrouwen vaak minder zin in vrijen. Wanneer bij de controle
zes weken na de operatie blijkt dat de wond in de schede goed genezen
is, kunt u weer proberen gemeenschap te hebben. Vaak zal het de eerste
keer wel wat onwennig zijn voor u beiden. U hoeft echter niet bang
te zijn dat de wond opengaat; die is na zes weken zeker genezen. Wel
kan de buik in het begin nog gevoelig zijn. Wacht dan nog een poosje
met het hebben van samenleving.
naar boven
VEEL GESTELDE VRAGEN
Moet ik na de operatie nog uitstrijkjes laten
maken?
Als de baarmoederhals verwijderd is, hoeft u geen uitstrijkjes meer te
laten maken, tenzij uw gynaecoloog u dat adviseert omdat er (in het verleden)
afwijkende cellen in de baarmoederhals zijn gevonden. Als de baarmoederhals
is blijven zitten, blijft u deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar
baarmoederhalskanker.
Waar blijven de eitjes?
Net als voor de operatie komen de eicellen na de eisprong in de buikholte
terecht. Ze lossen daar op. U merkt daar niets van en dit heeft geen
nadelige gevolgen.
Waar blijft het zaad?
Het zaad komt via de schede weer naar buiten, net als voor de operatie.
Wordt de schede minder diep?
De schede blijft dezelfde lengte houden als voor de operatie.
Hoe zit de schede nu vast na de operatie?
De schede hangt niet los na de operatie. De zijkanten van de schede zitten
vast aan de bekkenwand. Bovendien worden de ophangbanden van de baarmoeder
ter versteviging aan de top van de schede vastgemaakt.
Kan de wond openspringen als ik te snel weer
veel ga doen?
De wond is gesloten met stevige hechtingen die in zo'n zes weken oplossen.
Tegen die tijd zijn de weefsels weer volledig vastgegroeid. Door onverwachte
bewegingen of door veel inspanning kan de wond niet ineens openbarsten.
Wel kan door een vroegtijdige grote belasting een littekenbreuk ontstaan.
Wat gebeurt er met de lege ruimte in mijn
buik?
De ruimte die ontstaat door het verwijderen van de baarmoeder, wordt
direct opgevuld door de darmen. U loopt dus niet met een 'gat' in uw
buik.
naar boven
ZELFHULP
Met vrouwen die de operatie zelf hebben meegemaakt, kunt u praten
over gevoelens en twijfels die u over de baarmoederverwijdering hebt.
Bij de Stichting Voorlichting en Zelfhulp Gynaecologie (VZG) krijgt
u namen en adressen van vrouwen die bereid zijn met u te praten.
Stichting Voorlichting Zelfhulp Gynaecologie (VZG)
Nieuwegracht 24 A
3521 LR Utrecht
telefoon 030-231 05 58 (ma t/m vr van 9.30-12.30 uur)
fax 030-231 05 58
Bij de VZG kunt u ook het boekje "En de vrouw die kiest..." bestellen.
Hierin kunt u onder andere lezen over de achtergronden van de beslissing
om al dan niet uw baarmoeder te laten verwijderen. Ook staat beschreven
welke rol uw huisarts, uw gynaecoloog en de Stichting VZG hierbij
kunnen spelen.
naar boven
VERKLARENDE
WOORDENLIJST
abdominaal
via de buikwand
adenomyose
baarmoederslijmvlies dat in de baarmoederspier gegroeid is
anesthesioloog
arts die gespecialiseerd is in de anesthesie (verdoving/narcose)
ECG
elektrocardiogram (hartfilmpje)
endometriose
baarmoederslijmvlies dat zich bevindt op een andere plaats dan in de
baarmoeder
endometrium
baarmoederslijmvlies
hysterectomie
verwijdering van de baarmoeder
katheter
een slangetje in de blaas om urine te laten weglopen
laparoscopische operatie
operatie waarbij een kijkbuis wordt gebruikt en kleine sneetjes in de
buikwand worden gemaakt
menstruatie
maandelijkse bloeding
menstruatiecyclus
de tijd die verloopt tussen de eerste dag van een menstruatie en de eerste
dag van een daaropvolgende menstruatie
myoom
vleesboom
oestrogeen
vrouwelijk hormoon uit de eierstokken
orgasme
seksueel hoogtepunt, klaarkomen
overgang
de periode rond de laatste menstruatie (gewoonlijk rond het 52e levensjaar)
progesteron
vrouwelijk hormoon uit de eierstokken
trombose
vorming van stolsel in een bloedvat
uterus
baarmoeder
uterusextirpatie
verwijdering van de baarmoeder
vaginaal
via de schede
naar boven
COLOFON
Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze folder berust
bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
in Utrecht. De inhoud is tot stand gekomen na een zorgvuldig kwaliteitstraject
begeleid door de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG.
Andere folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie
en voortplantingsgeneeskunde zijn te vinden op de website van de
NVOG (www.nvog.nl),
rubriek Patiëntenvoorlichting.
Bron: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
|